RSS
Berichten
Commentaar

Wie heeft de kerstpiramide uitgevonden en wie heeft haar tot draaien gebracht? Was het echt iemand uit het Vogtland of het Ertsgebergte?

De eigenlijke uitvinder is niet bekend, maar de ontwikkeling van de kerst piramide kan worden gereconstrueerd. Zoals de titel al suggereert, begon alles met piramide-achtige constructies zonder draaibeweging, dus ook zonder draaiplateau. Deze toestellen waren noch een verzinsel uit het Vogtland noch uit het Ertsgebergte, maar grijpen terug op gebruiken uit het middeleeuwse Europa. Om onheil in de donkere jaargetijden buiten de deur te houden, hebben de bewoners van Zuid- en Westeuropa groenblijvende takken in hun huizen opgezet, terwijl Noord- en Oosteuropeanen de voorkeur aan lichtjes gaven.

In Duitsland, dus ook in het Ertsgebergte en Vogtland, werden deze gebruiken in de 18e eeuw met elkaar verenigd. Op deze manier kwamen toestellen tot stand waarbij groene takken om de in piramidevorm geschikte staven gedraaid werden en op het puntje een kaars vastgezet was, verklaart Claus Leichsenring. Hij is een houtsnijkunstenaar, lokale historicus en boekauteur en word beschouwd als een van de beste experts op dit vakgebied.

Een met lichten versierd toestel in piramidevorm als kerstdecoratie, in een kerk, wordt voor het eerst vermeld in 1716 in de stads- en bergkroniek van Schneeberg, een stadje in het Ertsgebergte.

Meneer Leichsenring voegt toe, dat het versieren van deze toestellen met kleine figuren terug te voeren is op de mijnwerkers in het Ertsgebergte. De vorm van de toestellen herinnerde hen aan een rosmolen (aangedreven door paarden). De lege binnenkant van deze constructie vulden zij met kleine houten figuren: mijnwerkers, maar evenzo de personages van het kerstverhaal. Bovendien werden appels en noten in de toestellen gehangen. De traditie van de versierde kerstboom kwam pas later, ongeveer in het midden van de 19e eeuw.

In het begin van de 19e eeuw zijn blijkbaar draaiende kaarshouders ofwel piramiden met draaibeweging (de twee benoemingen werden vaak synoniem gebruikt) ontstaan. Leichsenring is van mening dat de draaibeweging hoogstwaarschijnlijk een idee uit het Ertsgebergte is. Dit concludeert hij uit advertenties die in deze periode in de kranten van Schneeberg en Annaberg-Buchholz staan waarbij dergelijke piramiden voor bezichtiging of koop aangeprezen worden. Een voorbeeld is een advertentie van 1811, waarin een draaiende kaarshouder “die van zelf beweegt” te koop aangeboden wordt.

Traditioneel worden op de draaiende plateau’s van de piramiden ook de figuren uit het kerstverhaal neergezet: de heilige familie, de drie koningen, de herder en schapen. Welke figuren zouden met de rug tegen de draairichting in geplaatst worden? Of zouden zij allemaal in dezelfde richting geschikt worden? Zijn er oude bronnen die hierover informatie geven?

Over de plaatsing van de figuren op de draai-plateau’s zijn er, volgens Leichsenring, geen algemeen geldende historische regels. In de piramideproductie in Seiffen werden en worden bijvoorbeeld de figuren van Maria en Josef vaak midden op de vaststaande schijf neergezet. Op de daaronder zittende draaiende plateau’s worden de figuren van de drie koningen, de herder en de schapen achter elkaar in draairichting geschikt. Dit is echter slechts één voorbeeld en is niet gebaseerd op een vaste traditie. Uiteindelijk is hier de individuele smaak beslissend.

Comments are closed.